Blog

Home/Blog

Zelfs Jezus had de Heilige Geest nodig!

Anderhalve week geleden was de 2e There is more conferentie, georganiseerd door het Evangelisch Werkverband. Tijdens deze conferentie hebben we een hoop mooie dingen beleefd met de Heilige Geest. Naar aanleiding hiervan publiceer ik de komende weken een serie blogs over de Heilige Geest, en wat Hij doet.
Vandaag: Zelfs Jezus had de Heilige Geest nodig!

Jezus begint zijn bediening met de volgende woorden: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij…’ (Marcus 1:15)
Jezus spreekt niet alleen over het koninkrijk. Hij geeft ook een demonstratie van zijn koninklijk macht en gezag. Hij geneest zieken, hij drijft demonen uit, blinden kunnen weer zien, lammen gaan lopen en melaatsen worden gereinigd.
Voordat Jezus mens werd legde Hij zijn grote macht en heerlijkheid die Hij bij God had af en kwam Hij als dienaar in het lichaam van een mens. Toch weten we dat Jezus grote wonderen en tekenen heeft gedaan en dat Hij met grote autoriteit sprak. Waar haalde Hij die autoriteit en kracht vandaan?
Dat vroegen de mensen in Nazaret zich ook af. Nazaret was de stad waar Jezus opgroeide. Later ging Jezus in Kafarnaüm wonen, maar Hij bezocht zijn vaderstad nog regelmatig. Op een keer gaf hij er onderricht in de synagoge. Toen de omstanders Jezus hoorden, stonden ze versteld. “Hoe komt hij aan al die wijsheid? Hij is toch de zoon van de timmerman? Zijn moeder is Maria. Zijn broers zijn Jakobus, Jozef, Simon en Judas. En zijn zussen wonen bij ons in de stad. Hoe kan het dan dat hij al die dingen doet?” Lees maar in Mattheüs 13:54-56.

Het antwoord staat in Handelingen 10:37-39 (NBG): “Gij weet van Jezus van Nazareth, hoe God Hem met de heilige Geest en met kracht (dunamis) heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren.”
De Heilige Geest gaf Jezus de kracht om het koninkrijk van God te demonstreren.

Paradigma 2

Door onze verschillende paradigma’s kunnen we totaal verschillend kijken naar dezelfde situatie. Hoe ontstaat nu zo’n paradigma? Die wordt gevormd door onze achtergrond, onze opvoeding, onze ervaringen, door de vrienden die we hebben, door onze leraren, door onze ‘helden’, door de leiders van de kerk waar we lid van zijn, enz.
Wij hebben ook allemaal een paradigma over God. We kijken allemaal met een bepaalde bril naar God. Dat beeld van God wordt ook bepaald door onze opvoeding, ervaringen, de kerk die we bezoeken. Het is goed om vast te stellen dat ons beeld van God per definitie onvolledig is. Paulus schrijft dan ook: ‘Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennis nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen…’ 1 Korintiërs 13:12
Zolang we hier op aarde zijn zullen we een beperkt inzicht hebben in wie God werkelijk is. Dat betekent dat we voortdurend open moeten staan voor een herziening van ons Gods beeld. Ons paradigma van God zal voortdurend moeten veranderen.
Aan R.C. Sproul, een filosoof en theoloog, werd eens gevraagd: ‘Wat is naar uw mening de grootste geestelijke behoefte in de wereld van vandaag?’
Dr. Sproul dacht even na en antwoordde toen: ‘De grootste behoefte van de mensen van nu is weer te gaan ontdekken wie God werkelijk is.’
Vervolgens werd hem de volgende vraag gesteld: ‘Wat denkt u dat de grootste behoefte in het leven van kerkelijke mensen is?’
Zijn antwoord was: ‘Te gaan ontdekken wie God werkelijk is. Als de gelovigen werkelijk het karakter, de persoonlijkheid en de aard van God zouden begrijpen, zou dat hun leven totaal veranderen.’
HOE ZIET JOUW GOD ERUIT?
Met welk paradigma kijk jij naar God? Als je met een verkeerde bril naar God kijkt, kijk je ook met een verkeerde bril naar jezelf, naar anderen, naar de dingen die gebeuren.

3 Tie colour should be darker than shirt colour overall
chanel espadrilles Mount Jewelry Armoire with Mirror

small matter thread
chanel espadrilles flatsTwo Face Update for DARK KNIGHT
By |28 augustus 2017|Blog|Reacties uitgeschakeld voor Paradigma 2

Paradigma 1

Een paradigma is de manier waarop je iets ziet, je mening, je referentiekader. Paradigma’s zijn net brillen. De brillenglazen die jij draagt bepalen hoe je kijkt naar jezelf, naar anderen en naar het leven in het algemeen. Soms merken we opeens dat we de verkeerde brillenglazen hebben. We hebben altijd op een bepaalde manier gedacht, een bepaalde mening gehad over iets of iemand en opeens ontdekken we dat we het mis hebben gehad. We blijken een persoon of een situatie volkomen verkeerd beoordeeld te hebben. Onze waarneming, waarvan we dachten dat het de waarheid was, blijkt niet juist te zijn. De Engelsen noemen dat een ‘paradigm shift’. Opeens kijk je met hele andere brillenglazen. Dat kan je behoorlijk in verlegenheid brengen! Het volgende verhaal uit Readers Digest laat dat mooi zien.

‘Een vriendin van mij, die na een lang verblijf in Europa naar Zuid-Afrika terugkeerde, had wat tijd over op Heatrow Airport in Londen. Ze kocht een kop koffie en een pakje koekjes en sjokte met haar bagage naar een leeg tafeltje. Ze zat net de krant te lezen toen ze bij haar tafeltje iets hoorde ritselen. Van achter haar krant zag ze tot haar verbazing een goed geklede jonge man die haar koekjes stond op te eten. Ze wilde geen scène maken, dus ze reikte naar de tafel en pakte zelf ook een koekje. Er ging een minuut of wat voorbij. Meer geritsel. Hij pakte alweer een koekje.
Toen ze aan het laatste koekje toe waren gekomen, was ze heel kwaad, maar ze wilde nog steeds niets zeggen. Toen brak de jongeman het koekje in tweeën, gaf de helft aan haar, at de andere helft op en vertrok.
Even later, toen werd omgeroepen dat ze haar ticket moest laten controleren, was ze nog steeds woedend. Totdat ze haar handtas opende en daarin haar eigen pakje koekjes zag liggen. Ze had zijn koekjes opgegeten!

Dit was echt wat je noemt een paradigm shift!
Onze paradigma’s zijn vaak onvolledig, onnauwkeurig en soms zitten we er zelfs volkomen naast. Daarom moeten we oppassen om anderen te snel te oordelen of etiketjes op te plakken. We moeten oppassen om niet te snel onze mening te vormen over iets. Vanuit ons beperkte gezichtspunt zien we zelden het volledige beeld, en beschikken we zelden over alle feiten.

The collection was a sampling of fall styles by numerous designers
woolrich jassen Etiquette Tips for Game Show Contestants

brian cornell’s focus schedule on direct
chanel espadrilles flatsThe 5 Most Retarded Causes People Are Actually Fighting For
By |14 augustus 2017|Blog|Reacties uitgeschakeld voor Paradigma 1

Vertrouwen in God!

‘Houd dus goede moed, mannen, want ik stel vertrouwen in God en verwacht dat het zo zal gaan als me gezegd is.’ Handelingen 27:25

Paulus is gevangen genomen en wordt op een schip naar Rome gezet. Dan breekt er een hevige storm los. De storm is zo erg dat de opvarenden ten slotte alle hoop op redding verliezen. Dan staat Paulus op en zegt: ‘Ik stel vertrouwen in God…’

Vertrouwen betekent niet je zomaar blindelings overgeven, niet een onbezonnen ‘sprong in het diepe.’ Vertrouwen heeft alles te maken met de betrouwbaarheid van de persoon waaraan je jezelf toevertrouwt. Dat betekent dus dat je die persoon moet kennen. Jezus had een onbegrensd vertrouwen in God de Vader. Waarom? Omdat Hij de Vader kende.

Hoe leer je iemand kennen? Door intiem met die persoon te zijn. Door een liefdesrelatie met hem te hebben. Jezus ging intiem om met de Vader: ‘Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.’ Johannes 1:18 (NBG)

Jezus kende de Vader. Hij was voortdurend dicht bij Zijn hart. Hij kende het karakter van de Vader als geen ander. Daarom vertrouwde Jezus Hem volkomen en was Hij nooit bang, bezorgd, in paniek, of wanhopig.

Ditzelfde vertrouwen zien we in het leven van Paulus. Waar haalde hij dat vertrouwen vandaan? Paulus beschrijft zijn passie om God steeds beter te leren kennen in Filippenzen hoofdstuk 3. Hij had God steeds beter leren kennen en daarom wist hij dat God betrouwbaar was.

Wil jij groeien in vertrouwen in God? Je gaat Hem meer vertrouwen als je Hem beter leert kennen. En om God beter te leren kennen zul je veel tijd met Hem moeten doorbrengen.

Vergeet nooit: God is betrouwbaar. Als je jezelf aan Hem overgeeft, doe je dat vanuit de zekerheid dat Hij de hele wereld in Zijn hand houdt en dat er niets buiten Hem om gebeurt.

By |1 augustus 2017|Blog|0 Reacties

Mijn vrede

Ze hadden zo’n goede tijd met Jezus gehad. Meer dan drie jaar lang was hij bij hen geweest en had hij voor hen gezorgd. Hij wist altijd elk probleem op te lossen. Toen ze in een enorme storm terecht waren gekomen, gebood hij de wind om te gaan liggen. Toen er eten tekort was, vermenigvuldigde hij het eten zodat iedereen genoeg had. Toen ze geld nodig hadden om belasting te betalen, stuurde hij Petrus erop uit om een goudstuk uit de bek van een vis te halen. En toen Petrus dreigde te verdrinken, redde hij hem. Jezus was er altijd voor hen.
Maar op een dag veranderde alles. Jezus werd gevangengenomen, hij werd gemarteld en tenslotte ter dood gebracht door kruisiging. Degene die altijd elk probleem voor hen had opgelost, was er opeens niet meer. In paniek zijn ze na Jezus’ arrestatie weggevlucht. Uiteindelijk vinden ze een veilig onderkomen op de plek waar ze met Jezus het laatste avondmaal gevierd hadden. Maar wat zijn ze bang. Uit vrees voor de Joden hadden ze de deuren van hun verblijfplaats stevig vergrendeld.
Wij hebben allemaal wel eens te maken met gevoelens van bezorgdheid en angst. Deze gevoelens kunnen ons volkomen beheersen. Ze kunnen onze gedachten gevangen houden en ervoor zorgen dat we onszelf ‘opsluiten’, net als de discipelen.
Maar Jezus laat zich daar niet door tegenhouden. Hij loopt dwars door de gesloten deuren heen en staat opeens temidden van de discipelen. Hij zegt: ‘Ik wens jullie vrede!’ (Johannes 20:19) Deze woorden hebben een enorme impact. Deze woorden veranderen niét de omstandigheden waar de discipelen in terechtgekomen zijn, maar ze brengen wèl een innerlijke rust.
Met deze woorden herinnert Jezus zijn discipelen aan woorden die hij eerder gesproken heeft. Nadat hij het laatste avondmaal met hen gevierd heeft, vertelt Jezus dat hij hen zal verlaten. En hij waarschuwt hen dat ze het zwaar te verduren zullen krijgen.
Maar hij zegt ook: ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.’ (Johannes 14:1) en ‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.’  (Johannes 14:27)
Mijn vrede – Jezus belooft zijn eigen vrede en dat is een andere soort vrede dan die de wereld biedt. Hij spreekt niet over een uiterlijke vrede, hij spreekt niet over de afwezigheid van oorlog, of de afwezigheid van moeilijkheden. Nee, hij spreekt over een heel ander soort vrede, een innerlijke vrede. Een vrede die niet gebonden is aan omstandigheden. Gods vrede stelt ons in staat om rustig te zijn temidden van moeilijkheden.
Die vrede is er ook voor jou!
As a synthetic fabric
Chanel FlatsRebecca Minkoff Spring 2015 show presented
By |17 juli 2017|Blog|Reacties uitgeschakeld voor Mijn vrede

Valt hier iets te vieren?

‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals; wees altijd verheugd.’ Filippenzen 4:4

Ik vind niet dat er altijd wat te vieren valt. Ik ben soms in omstandigheden waarin vreugde en blijdschap ver weg zijn. Toch zegt Paulus: ‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals; wees altijd verheugd.’ Deze woorden schrijft Paulus vanuit de gevangenis in Rome aan de gemeente te Filippi. Filippi was de eerste stad, die hij op het vaste land van Europa had bezocht en waar hij z’n eerste gemeente stichtte. Dat was na dat visioen wat Paulus in Troas had gekregen. In dat visioen zag Paulus een man uit Macedonië die hem toeriep: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.” Paulus gehoorzaamde, stak over en ging als eerste naar Filippi, waar hij samen met Silas in de gevangenis kwam, lees maar na in Handelingen 16.

Daar zit je dan. Kruip even in de huid van Paulus en Silas. Je hebt net een afranseling gehad. Er is met stokken op je ingebeukt. Je zit onder de blauwe plekken, wellicht zijn je ribben gekneusd. Je rug doet ontzettend pijn. Je weet niet hoe je moet zitten of liggen en je kunt je nauwelijks bewegen door die blokken. Daar wordt je niet bepaald vrolijk van, toch? Ik kan me zo voorstellen dat je wat ontmoedigd bent. Je bent uitgestapt voor God. Je hebt het evangelie gepreekt, iemand bevrijdt van een demon en wat is de beloning? Een geweldig pak slaag, vast in de gevangenis en een onzekere toekomst.

Paulus en Silas zaten in een situatie waar je zou denken dat er weinig of geen reden voor een feest is. Maar rond middernacht zijn Paulus en Silas een feestje gaan vieren. Ze gingen lofliederen voor God zingen. Midden in de pijn en de ellende verblijden Paulus en Silas zich in God. Waarom? Omdat ze een wonder hebben beleefd? Omdat ze een genezing hebben meegemaakt? Omdat ze bevrijd zijn uit een moeilijke situatie? Omdat ze fijn gezegend zijn met een kapotte rug? Omdat hun omstandigheden zo fijn zijn? Nee, omdat ze vertrouwden op Gods kracht en uitkomst. Omdat ze vertrouwden dat God nog steeds met hen was!

Vreugde is niet de afwezigheid van moeilijkheden of problemen, maar de aanwezigheid van Christus. Als je aan Paulus de vraag dus stelt: ‘Valt hier iets te vieren?’ Dan is zijn antwoord: Ja! Er is altijd wat te vieren. Deze Paulus, die zoveel heeft meegemaakt, belandt aan het einde van zijn leven in de gevangenis in Rome. Vanuit Rome schrijft hij dan de brief aan de gemeente te Filippi. En wat schrijft Paulus? ‘Tsjonge jonge, wat heb ik het zwaar gehad… en dan nu zo eindigen… waar heb ik dit aan verdiend?’ ‘Waar is God? Waarom grijpt Hij niet in?’ Nee, je vindt geen spoor van ontevredenheid of gemopper bij Paulus. Het thema van zijn brief is blijdschap!

Paulus zegt dat er altijd wat te vieren valt. Er is altijd een reden om blij te zijn. In Romeinen 5 vers 3 zegt Paulus: ‘We prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende..’

Maar we zien Jezus

In Daniël 6 lezen we het bekende verhaal over Daniël die in de leeuwenkuil gegooid werd. Aan het eind van het verhaal staat: ‘Daniël werd uit de kuil getrokken, en hij bleek ongedeerd te zijn, want hij had op zijn God vertrouwd’ (Daniël 6:24). Ook David vertrouwde op God: ‘…ik stel al mijn vertrouwen op Uw goedheid en liefde. In mijn hart is vreugde omdat ik zeker weet dat U voor bevrijding zorgt. Ik wil een loflied voor de HERE zingen, want Hij helpt mij altijd’ (Psalm 13:6).

Betekent dit dat we altijd bevrijd worden uit de leeuwenkuilen? Nee! Jakobus werd niet bevrijd uit zijn leeuwenkuil. Hij stierf in de gevangenis door onthoofding. Stefanus werd niet bevrijd uit zijn leeuwenkuil. Hij stierf door steniging. Soms begrijpen we niet waarom God het één wel doet en het ander niet. Probeer niet alles te begrijpen. Hebreeën 2:9 zegt: ‘Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; maar we zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.’ (NBG) We mogen vasthouden aan die vier prachtige woorden: ‘maar we zien Jezus’.
Christen zijn betekent leven met dat conflict. We zullen moeten leven met de realiteit dat we niet alles begrijpen. Dat is wat de Bijbel noemt, leven in geloof. We leven in vertrouwen op God en vertrouwen impliceert dat we niet alles begrijpen. Aanvaard dat we niet overal een antwoord op krijgen! Maar blijf op God vertrouwen!

Daniël vertrouwde op God. Vanuit dat fundament van vertrouwen was hij ook vastbesloten om Gods wil te doen. Hij vertrouwde erop dat als hij Gods wil zou doen, hij dan altijd en hoe dan ook goed zou uitkomen. Vanuit dat fundament van vertrouwen bewaarde hij zijn hart. Hij kon zijn tegenstanders vergeven, omdat hij op God vertrouwde. Hij gaf het oordeel in vertrouwen over aan God.

Geef de Heilige Geest de ruimte

Deze week de laatste teaser uit Autoriteit. Ik hoop dat je ervan genoten hebt!

Jaren geleden vertelde een gemeentelid, genaamd Dick, mij het volgende verhaal. Gedurende een paar weken kwam er elke dag een mooie witte duif in zijn tuin. Dick had een voederplank voor vogeltjes in zijn tuin. Deze plank werd altijd druk bezocht en op een dag zag hij tussen de mussen, koolmezen en spreeuwen een witte duif. Deze duif kwam wekenlang elke dag naar de voederplank. Dick vond dat zo leuk dat hij besloot een mooi huisje op de plank te timmeren, dat groot genoeg was voor de duif. Dick is een kundig timmerman, dus het werd een heel fraai vogelhuisje. Toen het klaar was, zette Dick het in zijn tuin en deed wat voer in het huisje. Vol verwachting ging hij voor het raam zitten om te kijken wat de duif zou gaan doen. Na een poosje verscheen de duif en ging aarzelend het huisje binnen. Hij bleef even binnen en keek wat om zich heen. Maar al snel kwam hij weer naar buiten en vloog weg om nooit meer terug te komen.

De heilige Geest is net als die duif. Hij wil graag ruimte ervaren en niet opgesloten worden in onze structuren. Hoe veel ruimte krijgt de heilige Geest in jouw levenshuis? Is Hij leidend of wil jij graag de leiding houden en bepalen welke rol de heilige Geest in jouw leven speelt? Je zult nooit je positie van autoriteit in de wereld kunnen innemen als je de heilige Geest niet uitnodigt om de leiding te nemen. De heilige Geest zal zich niet aan je opdringen. Hij is als een gentleman. Jij bepaalt dus de ruimte die Hij krijgt. Probeer de heilige Geest niet te begrenzen. Zet de heilige Geest niet vast en doof Hem niet uit.

De Heilige Geest is onmisbaar

Vandaag de tweede teaser uit het derde deel van de trilogie: Autoriteit. Speciaal vanwege Pinksteren een stukje over de Heilige Geest:

Stel je voor dat Jezus de aarde nooit verlaten had. Dat zou toch fantastisch zijn! Dan zou ik nu in een vliegtuig kunnen stappen om naar Israël te vliegen en Jezus gewoon kunnen opzoeken. Ik zou net als Maria aan zijn voeten kunnen zitten om ademloos naar Hem te luisteren. Ik zou in de gelegenheid zijn om Hem persoonlijk te spreken en wat vragen kunnen stellen over allerlei problemen en issues waar ik mee rondloop. En ik zou persoonlijk getuige kunnen zijn van de geweldige wonderen die Hij zou doen. Wat zou dat geweldig zijn!
Maar ja, er is wel een klein probleempje. Er leven op dit moment naar schatting zo’n drie miljard christenen op aarde. En stel je voor dat de helft van al die christenen op hetzelfde moment op hetzelfde idee zou komen als ik. Dan kom ik er daar ter plekke achter dat ik achterin een gigantische rij moet aansluiten. ‘Er zijn nog 1.500.000.000 mensen voor u…’ De kans dat ik Jezus persoonlijk zou kunnen ontmoeten zou bijzonder klein zijn. En als ik dan na jaren wachten misschien toch aan de beurt zou zijn, dan kan ik maar een paar minuten met Jezus doorbrengen. Vandaar dat Jezus tegen zijn leerlingen zei: ‘Luister, dit is de waarheid: het is alleen maar goed voor jullie dat Ik wegga. Want anders kan jullie helper, de heilige Geest, niet komen. Ik zal Hem naar jullie toe sturen als Ik bij God ben’ (Joh. 16:7 BGT).
Jezus stuurde de heilige Geest als zijn plaatsvervanger naar zijn leerlingen. Maar de heilige Geest kwam niet alleen voor de leerlingen, Hij is er ook voor ons. En het goede nieuws is dat we helemaal niet in de rij hoeven te staan. De heilige Geest is er altijd voor ons, Hij hoeft niet te slapen of te eten. Hij kan met alle drie miljard christenen tegelijkertijd een gesprek voeren! Onvoorstelbaar, maar waar. De heilige Geest doet zo veel. Hij is onze trooster, Hij pleit voor ons, Hij komt in ons wonen, Hij brengt ons de woorden van Jezus in herinnering, Hij onderwijst ons, Hij getuigt van Jezus, Hij wijst ons de juiste wegen en maakt ons bekend wat komen gaat. Hij geeft ons kracht, liefde, vruchten en gaven. De heilige Geest is de schatbewaarder, de beheerder van al Gods rijkdommen. Hij is degene die vanuit Gods overvloed aan ons doorgeeft wat we maar nodig hebben. Wij kunnen niet zonder de heilige Geest!
Des te meer is het dan best verbazingwekkend dat de heilige Geest, de derde persoon van de Goddelijk drie-eenheid, voor veel christenen de grote onbekende is. De Bijbel is er heel duidelijk over dat een intieme relatie met Hem onmisbaar is en dat Hij een heel belangrijke rol in ons leven zou moeten spelen. Jezus kende de heilige Geest en Hij kon niet zonder Hem. De christenen in de eerste gemeente kenden de heilige Geest en zij konden niet zonder Hem. Zoals we al geconstateerd hebben, kenden zij de heilige Geest heel persoonlijk en werkte Hij krachtig door hen heen. Na de uitstorting van de heilige Geest met Pinksteren veranderden de leerlingen radicaal, hun onzekerheid en hun egoïsme hadden plaatsgemaakt voor het vuur en de kracht van de heilige Geest.

Leven in autoriteit

Het is zover! Het drieluik is compleet. Het derde deel, Autoriteit, is ook verschenen. Mocht je hem willen bestellen, dan kan dat hier. Natuurlijk wil ik je graag enthousiast maken voor dit nieuwe boekje. Daarom de komende weken een paar teasers, te beginnen met de inleiding. Ik hoop dat je ervan geniet!

Een poosje terug dacht ik: wat is eigenlijk een normaal christelijk leven? Waaraan herken je een christen? Is dat iemand die trouw naar de kerk gaat, de Bijbel leest, bidt, zijn tienden betaalt, zich niet bedrinkt, niet vloekt en niet naar foute films kijkt? Is dat de norm, die we met flink wat inspanning misschien nét kunnen halen? Is dat hoe we bekend willen staan? Of is er meer?
Het wordt tijd om het normale christelijke leven te herdefiniëren, want de basis daarvoor werd in de eerste gemeente gelegd. Het boek Handelingen staat vol verslagen van genezingen, bevrijdingen en wonderlijke gebeurtenissen. De kerk van de eerste eeuw heeft de voor hen toen bekende wereld binnen dertig jaar volledig op zijn kop gezet. Het licht van God scheen uitbundig en verdreef de duisternis! Het Koninkrijk van God brak krachtig door en de christenen hadden een enorme impact op de maatschappij. Ze wandelden in grote autoriteit: dat was de alledaagse werkelijkheid en dát mag ook voor ons normaal gaan worden. De heilige Geest speelt daar een belangrijke rol in. Jezus beloofde aan zijn leerlingen dat Hij de Vader zou vragen een helper te sturen. Met deze Goddelijke helper bedoelde Jezus de heilige Geest. Iedere gelovige mag zich bewust zijn van de realiteit van de heilige Geest, zonder Hem kunnen we nooit Gods kracht in ons leven ervaren. Toen de apostelen mannen moesten selecteren om een aantal praktische taken van hen over te nemen, keken ze niet in de eerste plaats naar natuurlijke bekwaamheden. Ze kozen bewust mannen uit die vervuld waren met de heilige Geest, omdat ze wisten dat de heilige Geest ervoor zorgde dat deze mannen bijzonder waren (Hand. 6:3). De vroege christenen hadden de boodschap van Jezus goed begrepen, ze wisten hoe belangrijk het was om in totale afhankelijkheid van de heilige Geest te leven.

Daar kwam Dwight L. Moody ook achter. Moody was aan het einde van de negentiende eeuw voorganger van een kerk in Chicago. Hij vond dat hij het aardig deed, maar twee oudere dames in zijn kerk merkten een gebrek aan geestelijke kracht bij hem en begonnen te bidden dat Moody de doop in de heilige Geest zou ontvangen. Toen deze gebedsstrijdsters dit aan hem vertelden, vroeg hij hun waarom ze voor hem baden. ‘Omdat u kracht nodig hebt’, antwoordden zij. Hij bedankte hen voor hun gebeden, maar maakte hun vervolgens duidelijk dat dat niet nodig was. Hij meende al kracht te hebben, hij was tenslotte leider van een grote kerk waar mensen tot geloof kwamen. Toch baden deze vrouwen stug door en Moody begon te beseffen dat er in zijn bediening niet veel van de bovennatuurlijke kracht aanwezig was die hij in de Bijbel aantrof bij gewone christenen. In Handelingen 2 zag hij duidelijk dat iemand alleen door een uitstorting van de heilige Geest de kracht ontving om getuige van Jezus te kunnen zijn. Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie dat hij deze kracht inderdaad nodig had. Hij begon ervoor te bidden en ook vroeg hij de twee vrouwen of ze met hem wilden bidden dat God zijn kracht over hem zou uitstorten. De vrouwen baden vol overgave voor hem opdat hij vervuld zou worden met de heilige Geest. Toen kwam er een grote honger in zijn ziel en hij wist niet wat het was. Hij begon te huilen, zoals hij nog nooit had gedaan. De honger werd zo groot dat hij niet verder wilde leven als hij deze kracht voor de dienst van God niet zou ontvangen. Terwijl Moody in deze geestelijke toestand verkeerde, werd Chicago in oktober 1871 door een grote brand in de as gelegd. Moody’s huis en kerk vielen ook aan het vuur ten prooi. Maar de brand doofde zijn verlangen niet naar het vuur van de Geest en hij riep al die tijd tot God om hem te vervullen. Tot hij op een dag, terwijl hij in een straat in New York liep, vervuld werd met Gods Geest. Midden in die drukke, hectische stad werd zijn gebed verhoord. Moody getuigde: ‘O, wat een dag was dat! Ik kan hem niet beschrijven, ik spreek er vrijwel nooit over; het is bijna een té heilige openbaring om er woorden aan te geven. Paulus ondervond ook iets, waarover hij veertien jaar niet sprak. Ik kan alleen maar zeggen dat God Zich aan mij openbaarde en ik had zo’n sterke ervaring van zijn liefde, dat ik Hem vroeg zijn hand van mij af te houden om staande te blijven. Ik ging weer spreken. De preken waren niet anders dan vroeger, ik verkondigde geen nieuwe waarheden en toch kwamen er honderden tot geloof. Ik zou werkelijk niet willen terugkeren naar de tijd vóór die heerlijke ervaring, al zou je me de wereld willen geven – het zou een stofje zijn op een weegschaal.’
Dwight L. Moody is misschien wel de grootste evangelist geweest die ooit geleefd heeft. In veertig jaar tijd won hij miljoenen zielen, stichtte drie christelijke scholen, startte een christelijke uitgeverij en een conferentiecentrum en inspireerde duizenden predikers en evangelisten om mensen tot geloof te brengen en opwekkingen te starten. Kortom: Moody wandelde in grote autoriteit.
Het is mijn gebed dat jij door het lezen van dit boek sleutels zult ontvangen om te groeien in autoriteit!