Er is een bruiloft in Kana. In Jezus’ tijd duurde een bruiloft een hele week. Dat betekent zeven dagen lang feest. Vaak werd het hele dorp uitgenodigd. Op deze bruiloft zijn zowel Jezus als Maria onder de genodigden.

Tijdens het feest blijkt dat de wijn aan het opraken is. Wijn is op een Joodse bruiloft niet alleen nodig voor de huwelijksceremonie, het is ook de traditionele drank waarmee de feestvreugde wordt verhoogd. Een bruiloft zonder genoeg wijn, is een fiasco en zelfs een schandaal. Jaren later zou men het bruidspaar nog nawijzen: ‘dat zijn die twee die hun eigen feest niet konden afmaken!’

Het is Maria die het tekort aan wijn opmerkt. Ze gaat naar Jezus toe en zegt tegen hem dat er geen wijn meer is. Jezus reageert wat bot. Hij zegt tegen haar: ‘Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen.’ (Johannes 2:4)

Jezus wil daarmee duidelijk maken dat Hij zich door niemand laat leiden, zelfs niet door zijn moeder. Jezus laat zich alleen maar leiden door Zijn Vader. In Johannes 5:19 zegt Hij dat Hij alleen doet wat Hij de Vader ziet doen.

Maria heeft blijkbaar het vertrouwen dat Jezus uiteindelijk wel wat zal doen. Ze gaat naar de bedienden toe en zegt tegen ze: ‘Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het.’ (vers 5 HSV)

Haar vertrouwen wordt niet beschaamd. Jezus doet een wonder. En wat voor een wonder! Jezus beveelt de bedienden om zes stenen watervaten geheel te vullen met water. Vervolgens moeten zij wat water uit de bakken scheppen en het aan de ceremoniemeester te drinken geven. Die proeft echter geen water, maar wijn! Er is opeens overvloed aan wijn. Zes vaten, elk met een inhoud van ca.100 liter. Dat betekent 600 liter wijn! Als Jezus een wonder doet, dan doet hij het goed. Hij geeft overvloed. En de kwaliteit van de wijn was ook bijzonder. De ceremoniemeester zei: ‘Iedereen zet eerst de goede wijn voor, en wanneer men er goed van gedronken heeft, daarna de mindere; u hebt de goede wijn tot nu bewaard.’

Een prachtig verhaal, met een hele mooie les. Welke les?

Johannes 2:5 ‘Zijn moeder zei tegen de dienaars: Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het.’

     Wat Hij ook tegen je zegt, doe het!

Dat klinkt simpel. Dat lijkt toch niet zo’n moeilijke opdracht. Maar in de praktijk van het leven blijkt dat toch niet zo eenvoudig. Als we heel eerlijk zijn vinden we het niet altijd leuk om te doen wat Jezus tegen ons zegt. We willen het soms gewoon niet.

Andere keren vinden we het best eng om te doen wat Jezus van ons vraagt. Hij vraagt dan een stap van geloof. Hij daagt ons uit om uit onze comfortzone te komen. Dat kan reuze spannend zijn!

Soms denken we dat we het beter weten dan Jezus. We denken dat we slimmer zijn dan Hij. Dat zeggen we natuurlijk niet zo letterlijk. Maar door ons gedrag laten we dat wel zien. We vertrouwen dan meer op onze eigen oplossingen dan op de oplossingen van Jezus.

En vaak is onze eerste gedachte bij een probleem niet ‘wat zegt Jezus.’ We hebben de neiging om eerst ergens anders de oplossing te zoeken.

Eigenlijk zijn er maar twee opties. Of we zijn Godgericht, of zelfgericht. Godgericht zijn, betekent dat we voortdurend vragen stellen als: ‘Wat wil God?’ ‘Wat zegt God.’ ‘Wat is God aan het doen?’

     Ben jij Godgericht of zelfgericht?