duif-heilige-geest‘En Ik zal de Vader vragen jullie een andere helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent; jullie kennen Hem wel, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.’ Johannes 14:16-17 (Willibrord Vertaling)

Jezus belooft hier aan zijn leerlingen dat Hij de Vader zal vragen een helper te sturen. Met deze Goddelijke Helper bedoelt Jezus de heilige Geest. De heilige Geest is geen vage kracht of een mystiek begrip, Hij is een Persoon. Hij is de 3de persoon van de Drie-enige God. De heilige Geest heeft dan ook alle kenmerken van een persoon. Hij denkt, voelt, spreekt en reageert. Hij geeft liefde en ontvangt liefde. Hij stelt zichzelf voor ons open en wil graag dat wij ons voor Hem openstellen. Iedere gelovige mag zich bewust zijn van de realiteit en de kracht van de heilige Geest. Zonder de heilige Geest kunnen we nooit Gods kracht in ons dagelijks leven ervaren.

Toen de apostelen mannen moesten selecteren om een aantal praktische taken van hun over te nemen, keken ze niet in de eerste plaats naar natuurlijke bekwaamheid of talenten. Ze keken in de eerste plaats naar mannen die vervuld waren met de heilige Geest (Handelingen 6:4).

Waarom? Ze wisten dat dát deze mannen bijzonder maakte? De heilige Geest in hun leven maakte het verschil. Ze hadden de boodschap van Jezus goed begrepen. Ze wisten wat het belangrijkste was! De vroege christenen waren totaal afhankelijk van de Geest zowel voor hun persoonlijk als hun gezamenlijk leven.

Al in de tweede eeuw sloeg de Kerk een andere weg in. De dynamiek van de Geest werd steeds minder. De Kerk vond het belangrijker om vertrouwen te stellen in menselijk kunnen dan om geduldig te wachten op de heilige Geest. De orde van de Geest werd vervangen door de orde van de mens. En de aanwezigheid van Gods Geest en Zijn werk verdween meer en meer uit de kerk.

Gelukkig zijn er altijd weer momenten in de kerkgeschiedenis geweest waar christenen zich weer bewust werden dat ze de heilige Geest nodig hadden en vanuit dat verlangen ontstonden er opwekkingen. Zo was er aan het einde van de negentiende eeuw ook een bijzondere opwekking in een klein dorpje in Mottlingen in Duitsland. Deze beweging van Gods Geest ging gepaard met tekenen en wonderen en veroorzaakte een schokgolf door het hele land. Vele duizenden reisden naar het dorpje speciaal om God te ontmoeten, hun zonden te belijden, persoonlijke geestelijke vernieuwing, genezing en bevrijding te vinden.

Deze opwekking ontstond door een ontevredenheid in het hart van ds. Blumhardt over de status quo van de spiritualiteit van hemzelf en de kerk en zijn aanhoudend gebed naar meer van God. Hij zei: ‘Ik verlang naar een nieuwe uitstorting van de heilige Geest, een nieuw pinksterfeest. Die moet komen voordat er iets kan veranderen in de christenheid, want het kan in deze miserabele toestand niet langer voortgaan. De gaven en krachten van de vroegchristelijke tijd – O, hoe verlang ik ernaar dat die wederkeren. En ik geloof dat de Verlosser gewoon staat te wachten tot we Hem erom vragen. Als ik kijk naar wat we hebben, moet ik vanzelf zuchten… O Here Jezus, is dat de beloofde Geest waarvoor U aan het hout hing? Waar is de geest die natie na natie doordringt met dezelfde vaart als in de tijd van de apostelen.’

Verlang jij ook zo naar de kracht van de heilige Geest?