‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals; wees altijd verheugd.’ Filippenzen 4:4

Ik vind niet dat er altijd wat te vieren valt. Ik ben soms in omstandigheden waarin vreugde en blijdschap ver weg zijn. Toch zegt Paulus: ‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals; wees altijd verheugd.’ Deze woorden schrijft Paulus vanuit de gevangenis in Rome aan de gemeente te Filippi. Filippi was de eerste stad, die hij op het vaste land van Europa had bezocht en waar hij z’n eerste gemeente stichtte. Dat was na dat visioen wat Paulus in Troas had gekregen. In dat visioen zag Paulus een man uit Macedonië die hem toeriep: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.” Paulus gehoorzaamde, stak over en ging als eerste naar Filippi, waar hij samen met Silas in de gevangenis kwam, lees maar na in Handelingen 16.

Daar zit je dan. Kruip even in de huid van Paulus en Silas. Je hebt net een afranseling gehad. Er is met stokken op je ingebeukt. Je zit onder de blauwe plekken, wellicht zijn je ribben gekneusd. Je rug doet ontzettend pijn. Je weet niet hoe je moet zitten of liggen en je kunt je nauwelijks bewegen door die blokken. Daar wordt je niet bepaald vrolijk van, toch? Ik kan me zo voorstellen dat je wat ontmoedigd bent. Je bent uitgestapt voor God. Je hebt het evangelie gepreekt, iemand bevrijdt van een demon en wat is de beloning? Een geweldig pak slaag, vast in de gevangenis en een onzekere toekomst.

Paulus en Silas zaten in een situatie waar je zou denken dat er weinig of geen reden voor een feest is. Maar rond middernacht zijn Paulus en Silas een feestje gaan vieren. Ze gingen lofliederen voor God zingen. Midden in de pijn en de ellende verblijden Paulus en Silas zich in God. Waarom? Omdat ze een wonder hebben beleefd? Omdat ze een genezing hebben meegemaakt? Omdat ze bevrijd zijn uit een moeilijke situatie? Omdat ze fijn gezegend zijn met een kapotte rug? Omdat hun omstandigheden zo fijn zijn? Nee, omdat ze vertrouwden op Gods kracht en uitkomst. Omdat ze vertrouwden dat God nog steeds met hen was!

Vreugde is niet de afwezigheid van moeilijkheden of problemen, maar de aanwezigheid van Christus. Als je aan Paulus de vraag dus stelt: ‘Valt hier iets te vieren?’ Dan is zijn antwoord: Ja! Er is altijd wat te vieren. Deze Paulus, die zoveel heeft meegemaakt, belandt aan het einde van zijn leven in de gevangenis in Rome. Vanuit Rome schrijft hij dan de brief aan de gemeente te Filippi. En wat schrijft Paulus? ‘Tsjonge jonge, wat heb ik het zwaar gehad… en dan nu zo eindigen… waar heb ik dit aan verdiend?’ ‘Waar is God? Waarom grijpt Hij niet in?’ Nee, je vindt geen spoor van ontevredenheid of gemopper bij Paulus. Het thema van zijn brief is blijdschap!

Paulus zegt dat er altijd wat te vieren valt. Er is altijd een reden om blij te zijn. In Romeinen 5 vers 3 zegt Paulus: ‘We prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende..’