Een van de grootste opwekkingspredikers van de 19de eeuw Charles Finney heeft eens het volgende gezegd: ‘Ik heb veel hoop voor de bruikbaarheid van iemand die koste wat kost dagelijkse gemeenschap met God zoekt, die ervoor knokt om de hoogste geestelijke verworvenheden te vinden, die niet leeft zonder dagelijkse volharding in gebed en wordt bekleed met kracht van omhoog. De Bijbel roept ons op tot soberheid, gericht zijn op de hemelse zaken, onophoudelijk gebed en een intieme, onafgebroken wandel met God.’

Finney heeft het hier over een leven van toewijding. Wat is dat eigenlijk, toewijding? Is dat een gevoel? Is dat iets wat van binnen in je opwelt? Ik wil ter illustratie het beeld van het huwelijk nemen. Een relatie begint meestal met verliefdheid. Verliefdheid is een heerlijk gevoel, maar nooit de basis van een huwelijksrelatie. Daarvoor is het gevoel teveel op jezelf gericht: ik voel me goed bij jou. De basis van je huwelijksrelatie is niet verliefdheid, maar toewijding. Je hebt je toegewijd aan je partner. Je hebt je toegewijd om hem/haar lief te hebben en trouw te blijven, ook als je het niet voelt.

Mijn relatie met God is ook begonnen met verliefdheid, maar de basis van mijn relatie met God is niet verliefdheid, maar toewijding! Jezus riep de gemeenteleden in Efeze niet op om terug te keren tot hun eerste verliefdheid. Nee, hij riep ze op om terug te keren tot hun eerste liefde. En dat spreekt over toewijding en niet over gevoel. Zoveel christenen zijn maar op zoek naar gevoel. Dat kan een groot gevaar zijn. Als je gevoelens dan wegzakken, dan zakt je relatie met God weg. Je zoekt de kick en vervulling ergens anders, je zoekt het in de wereld. Gevolg: je relatie met God wordt minder en minder.

Ik heb mezelf toegewijd om God lief te hebben, om trouw te blijven, ook als ik het niet voel! Toewijding is een dagelijkse keus, zoals ook de omgang met God een dagelijks keus is.