Het begin van een kalenderjaar nodigt altijd uit tot het nadenken over nieuwe doelen, het (opnieuw) dromen over de toekomst of het starten met goede voornemens. Maar in de loop van het jaar blijken de doelen minder goed haalbaar, veranderen onze dromen in een nachtmerrie en blijken we toch niet zo goed in staat te zijn ons aan onze goede voornemens te houden. Zo kan het ook gaan met de dromen die we van God krijgen. De komende weken wil ik 5 punten behandelen die ons kunnen helpen, onderweg met God naar het bereiken van Zijn dromen voor ons. Deze punten heb ik een paar jaar geleden ook beschreven in mijn boek Droom in uitvoering.

Wandel met God

Het 1e punt is onze wandel met God.

Toen God de mensen schiep, had hij zo’n prachtig ideaalbeeld voor ogen, althans dat stel ik me zo voor. Het leek hem geweldig om zichzelf aan de mensen te openbaren, om vertrouwelijk met hen om te gaan, om hen lief te hebben. Maar het was voor hem wel heel belangrijk dat ze uit eigen vrije wil een relatie met hem zouden ontwikkelen. Daarmee nam God een risico. Want met die vrije wil namen de mensen een verkeerd besluit. En dat resulteerde in een verwijdering tussen God en de mensen.

Maar het verlangen van God bleef. Hij bleef zoeken naar mensen met wie hij een relatie aan kon gaan. Hij vond die mensen bijvoorbeeld in de persoon van Henoch, van Noach, van Abraham, en zoals we al eerder zagen, ook in de persoon van Mozes.

‘Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op die hij de ontmoetingstent noemde. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan.  Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes.  Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.  Exodus 33:7-11

Het is niet voor niets dat Mozes de ontmoetingstent op ruime afstand van het kamp opzette. Buiten de drukte, weg van de dagelijkse routine. Ook voor ons geldt dat we de stilte op zullen moeten zoeken om God te kunnen horen spreken. We hebben het nodig dat we ons regelmatig losmaken van onze verantwoordelijkheden. In de stilte kan God ons laten zien welke droom hij klaar heeft liggen en kan hij ons instructies geven.