‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zoveel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’ Genesis 28:13

‘Ikzelf sta je terzijde’ zegt God hier tegen Jakob, om hem gerust te stellen. Wat hij daarmee duidelijk wil maken is:

‘Jakob, je hoeft het niet zelf te doen. Je hoeft niet voor jezelf te zorgen. Je hoeft niet voor jezelf op te komen. Je bent niet op jezelf aangewezen. Je hoeft je leven niet aan elkaar te breien met hard werken, slimmigheidjes, bedrog en manipulatie. Laat maar los en vertrouw op Mij. Laat Mij toch mijn werk doen, dan zal ik ervoor zorgen dat alle beloften die over jou zijn uitgesproken, in vervulling gaan.’

Als Jakob wakker wordt is hij verbijsterd. Hij roept uit: Wat een ontzagwekkende plaats is dit, dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn.’ Genesis 28:17

Jakob noemt die plek het huis van God. En in dat huis bevindt zich alles wat een mens nodig heeft om op zijn bestemming te komen en daarin te wandelen: liefde, kracht, vrede, rust, troost, wijsheid en geloof.