Lessen van de wijnstok (2)

Home/Blog/Lessen van de wijnstok (2)

Vorige keer hebben we gezien dat het Gods bedoeling is dat we vrucht dragen, en wat die vrucht is. Deze week de tweede les. Die houdt in dat Jezus hun wilde leren dat zij maar op één manier vrucht konden dragen en dat was door ‘in Hem te blijven’: door een innige relatie met hem te onderhouden! Als de rank gegroeid is vanuit de wijnstok en daar dus aan vast zit, is er een verbinding. Via deze verbinding stromen de levenskrachtige sappen naar de groeiende vruchten. Jezus noemt in zijn uitleg over de wijnstok tien keer het woord blijven. Daaruit blijkt wel hoe vurig en indringend zijn pleidooi is.
Het is niet de bedoeling dat jij meer voor hem gaat doen, maar dat je ervoor kiest om meer bij Hem te zijn.

Het voorbeeld van de wijnstok maakt ook duidelijk dat er sprake is van een rijpingsproces. Er gaat tijd overheen voor er mooie druiven zijn gevormd. God rekent je er niet op af als je niet direct enorme druiventrossen voortbrengt. Je mag erop vertrouwen dat wanneer je verbonden blijft met Jezus, je hart vroeg of laat zeker zal veranderen.

Wat je nooit mag vergeten is dat je Gods liefde niet kunt verdienen of verliezen. Ook al zou je nooit veranderen, Gods liefde voor jou houdt nooit op. Al ben je nog zo ongehoorzaam geweest, hij zal niet veranderen. God houdt niet minder van jou als je geen vrucht draagt. Hij houdt niet extra veel van je als je veel vrucht draagt. God houdt van je, zoals je op dit moment bent, maar hij weigert het daarbij te laten. Hij heeft het beste met je voor: Hij wil dat je wordt zoals Jezus. Hij geeft de moed nooit op!

Om eerlijk te zijn is het niet altijd mijn grootste verlangen om in Gods tegenwoordigheid te leven. Er gaan soms dagen voorbij waarin ik met van alles en nog wat bezig ben, maar waarin God langzamerhand naar de achtergrond verdwijnt. Herkenbaar? Vast wel! Wellicht wordt jouw leven op dit moment ook door van alles en nog wat in beslag genomen. Je werkt, belt, twittert en zit op Facebook. Je leven is vol met van alles en nog wat, maar niet met God. Niets menselijk is ons vreemd. Ook David heeft ‘mindere’ perioden in zijn leven gekend. Maar weet je wat dan zo mooi is? God komt steeds weer terug. God klopt steeds weer opnieuw aan ons hart. God geeft het niet op. Gods verlangen blijft naar ons uitgaan en hij legt weer verlangen naar hemzelf in ons hart. In Psalm 27:8 schrijft David dan ook:
‘U Zelf laat mijn hart naar U vragen. Ik wil u zoeken, HERE.’

Het enige wat je hoeft te doen is te stoppen met rennen en zijn aangezicht te zoeken. Dus zoek een rustige plek, sluit je ogen en zeg: ‘Hier ben ik Heer.’

Simpel hè? Nou nog doen!