‘God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem.’ Genesis 1:27

Toen God de mens wilde maken, zocht Hij naar een voorbeeld. Hij zocht naar een model: het beste model. God nam daarom zichzelf als voorbeeld, als volmaakt model om de mens te vormen. Dat betekent niet dat je precies hetzelfde bent als God – Hij is oppermachtig – maar je lijkt wel op Hem. Hij is de blauwdruk, het origineel en wij zijn kopieën. Dat onderscheidt ons mensen van de dieren. God heeft daar een bedoeling mee, Hij wil graag dat wij een reflectie zijn van zijn wezen en karakter!

Het feit dat je naar Gods beeld geschapen bent legt de basis voor je identiteit. Je bent de meest kunstzinnige creatie die er maar te bedenken valt. God heeft je geschapen met een unieke identiteit. Je geboorte was geen vergissing of een ongelukje. Lang voordat je door je ouders werd verwekt, had God je al bedacht! God heeft jou vanaf het prilste begin gevormd. Hij blies zijn adem in je neusgaten, Hij liet jou het levenslicht zien. Jouw schepping is een bewuste daad van God geweest. Hij heeft zijn best op je gedaan. Als een kunstenaar heeft Hij met liefde de laatste hand aan je gelegd. Hij heeft met kunstenaarstrots en Vaderliefde naar je gekeken: ‘Mooi, prachtig, gaaf… ja, heel goed!’

Wat een geweldige conclusie, dat jij er niet toevallig bent, niet een toevallige samenloop van allerlei chemische reacties. Nee, je bent een mens, Gods evenbeeld, een schepping van God.
Hij maakte jou in de eerste plaats om je lief te hebben. Toen je geboren werd, toen je uit de buik van je moeder kwam, was God ook in die kamer, tevreden glimlachend van oor tot oor. God is zo blij met je omdat Hij jou gemaakt heeft om van je te genieten. Jij bent altijd in Gods gedachten en Hij heeft jou oneindig lief. Gods liefde is zo groot, dat Hij er alles voor over heeft om jou zijn liefde te geven en te laten ervaren. (Uit ‘Help ik ben een man‘)