Er zijn heel wat dingen die je kunt ‘hebben’, als bezit. En dan gaat het niet eens alleen over materiële bezittingen, maar ook om immateriële zaken. Denk maar aan schoonheid, gezondheid, status, positie, bediening. Er zijn veel mensen die hun waarde en identiteit halen uit wat ze hebben.

Ik voel me goed als ik mooi ben
De buitenkant is voor veel mensen zo belangrijk. We willen iets uitstralen en daardoor iets betekenen. Alles draait om uiterlijke schoonheid, dat wordt ons vol overtuiging aangepraat in reclames, in de muziekwereld, in films. En als je daar gevoelig voor bent, dan doe je daaraan mee. En zit je urenlang in de zon om er goed uit te blijven zien. Je laat desnoods een neuscorrectie, liposuctie, ooglidcorrectie, rimpelbehandeling, haartransplantatie of face-lift doen. Je gaat op fitness, doet aan aerobics of pakt een kuurtje hoogtezon. En bij de drogist laat je je van alles aan- en insmeren: bijengelei, paardenhormonen, slakkencrème. Je hebt er veel voor over om er goed uit te zien, want dat geeft je waarde.

Ik voel me goed als ik veel geld heb
Naast uiterlijke schoonheid voelen veel mensen zich ook goed als ze de nieuwste kleding kunnen kopen of met de nieuwste gadgets kunnen pronken. Daardoor voelen ze zich belangrijk. Herken je die gevoeligheid voor bezit? Als je eerlijk bent, hoe belangrijk is een groot huis of een mooie auto voor je? In onze westerse, materialistische wereld is het je als het ware met de paplepel ingegoten dat het hebben van de juiste spullen erg belangrijk is.

Ik voel me goed als ik goede connecties heb
Voor sommige mensen is het erg belangrijk om in veel besturen en comités te zitten. Dat geeft hun het gevoel dat ze iemand zijn. Ze voelen zich er goed bij als ze kunnen zeggen dat ze invloedrijke mensen kennen, als ze bij de juiste vriendenkring zitten. Dan horen ze ergens bij en dat geeft hun status.

Ik voel me goed als ik aanzien heb en verantwoordelijkheid draag
Dat geldt niet alleen voor een positie in de maatschappij, maar ook in de kerk. Je voelt je pas goed als je een bediening hebt. Je voelt je waardevol vanwege je gaven en talenten.
Het is prachtig dat God ons geestelijke gaven heeft gegeven, maar het is o zo verleidelijk om deze gaven te gebruiken om er mensen mee te imponeren. Terwijl deze gaven bedoeld zijn om anderen te dienen en zo God ermee te vereren. Het gevaar ligt op de loer dat we er onze bevestiging in zoeken, dat we erin gaan wedijveren en worden gedreven door persoonlijke ambitie op het geestelijke erf.
Let maar eens op wat er gebeurt op het moment dat jij die bediening niet meer kan of mag uitoefenen. Dat is de ultieme test. Als jij dan het gevoel krijgt dat er niets meer van je over is, als je je miskend, aan de kant gezet en verworpen voelt, dan weet je dat jij je identiteit had gekoppeld aan je positie. Je had je bediening nodig om bevestigd en geprezen te worden.

Mensen met deze ik-ben-wat-ik-heb-identiteit, voelen zich erg ongelukkig als hun uiterlijk veroudert of als ze bijvoorbeeld hun baan kwijtraken. Ze voelen zich totaal ontredderd, omdat hun waarde gekoppeld was aan die baan. Ze zijn ook altijd aan het vergelijken met anderen die het net iets beter hebben. God wil je verlossen van die leugens en je daarvoor in de plaats zegenen met een echte, innerlijke, Goddelijke identiteit die niet afhangt van je materiële of immateriële bezittingen. En die identiteit ontvang je alleen maar bij de Vader!

Onze identiteit rust in de oneindige tederheid van God die in Jezus Christus werd geopenbaard.