Deze week voor het laatst een inkijkje in mijn nieuwe boekje “Identiteit”. Ik hoop dat je de afgelopen weken bemoedigd bent. Als je meer wilt lezen over jouw unieke identiteit, bestel “Identiteit” dan via deze link.

Ik zie nog zo veel christenen die zich in feite als een wees gedragen. Uit alle macht zoeken ze naar waardering en erkenning in werk, carrière, in een positie, in een bediening, in succes. Maar wat nu als je geen succes hebt? Wat nu als je je baan verliest? Wat nu als je je positie kwijtraakt? Ik zie ook steeds weer opnieuw hoe christenen, net als Absalom, bevestiging zoeken bij mensen. Bij hun ouders, hun partner, hun vrienden, hun baas of hun geestelijk leiders. Sommigen schreeuwen om aandacht. Maar zelfs als je die aandacht krijgt, zul je ontdekken dat het nooit toereikend is. Mensen zullen je uiteindelijk altijd weer teleurstellen!

Stop ermee het anderen naar de zin te maken en bevestiging te zoeken bij anderen. Stop ermee het van anderen te verwachten en van hen afhankelijk te zijn. Laat je zelfgemaakte steuntjes los en vertrouw erop dat God genoeg is. Zoek je bevestiging bij God en bij God alleen. Zoek waardering en erkenning bij God en bij God alleen! Zelfs als je eigen vader niet om jou gaf of je zelfs afwees. God wil jou wel, Hij heeft jou geadopteerd! Jij bent het object van zijn speciale zorg en liefde. Hij kent al je tekortkomingen, fouten en gebreken, maar Hij houdt nog steeds onvoorwaardelijk van je!

Brennan Manning omschrijft het heel mooi: “De grondslag van mijn eigenwaarde wordt niet door mijn bezittingen gevormd, niet door mijn talenten, de waardering van anderen of mijn reputatie. Het doet er niet toe of mijn ouders, partner of kinderen mij de hemel in prijzen of mij afkraken. Mijn waarde verandert niet door applaus of boegeroep. Zelfs als mensen zeggen hoe belangrijk ik voor hen ben, dan is dat bemoedigend, maar niet bepalend. Het enige wat echt telt is dat ik ben verankerd in de liefde van God. De God die tegen mij persoonlijk zegt: ‘Je bent mijn zoon, mijn dochter, mijn geliefde.’” (Kind aan huis, blz. 49).