Breaking news!
We onderbreken de serie Onderweg met God voor groot nieuws: Vorige week is het tweede deel in het drieluik uitgekomen: Identiteit. Om dit te vieren, de komende paar weken een voorproefje.
Als je meer wilt weten over Identiteit en/of het boekje wilt bestellen, klik dan hier.

Hier een stukje uit Hoofdstuk 2:
Hoe kijk jij naar jezelf
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ Marcus 1:11

Het evangelie van Marcus begint met het verhaal van Johannes de Doper. Johannes is een achterneef van Jezus en heeft een groot deel van zijn leven in de woestijn gewoond. Hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Op een dag begint Johannes te prediken. En honderden mensen komen luisteren naar zijn krachtige, radicale toespraken. Hij verkondigt: ‘Kom tot inkeer, want het Koninkrijk van de hemel is nabij!’ (Mat. 3:2) en hij roept de mensen op om zich van hun zonden te bekeren en zich te laten dopen. De mensen worden geraakt door de prediking van Johannes de Doper en ze beseffen dat ze zichzelf moeten voorbereiden op de komst van de Koning. Bij de Jordaan ontstaan lange rijen wachtende mensen die zich allemaal door Johannes willen laten dopen.

Op een dag ziet Johannes dat Jezus langs de rivieroever naar hem toe komt lopen. Tot zijn grote verbazing blijkt dat Jezus zich ook door hem wil laten dopen. Johannes protesteert: ‘Dit is de omgekeerde wereld! Ik ben de nieuwe Koning niet, ik kondig Hem alleen maar aan. Ik zou door U gedoopt moeten worden, niet andersom!’ Maar Jezus dringt aan en uiteindelijk doopt Johannes Hem (zie Mat. 3:13-15). Dan gebeurt er iets wonderlijks. Zodra Jezus uit het water omhoog komt, scheurt de hemel open. Ik stel me voor dat het een wat bewolkte dag was, en dat er opeens een opening in de wolken komt, waardoor het zonlicht op Jezus straalt. En precies door dat gat in de wolken komt een witte duif aangevlogen en die daalt neer op Jezus. Dat is de Geest. Jezus wordt bekrachtigd door de Heilige Geest. De Geest laat hiermee zien dat Jezus Gods uitverkorene is, zijn enige Zoon die door de Vader in de wereld is gezonden. En alsof dat niet genoeg is, klinkt er ook nog een heldere, krachtige, warme stem. De Vader kijkt vanuit de hemel trots naar zijn Zoon en zegt: ‘Jij, Jezus, jij bent mijn kind en Ik houd zoveel van jou! Ik word zo blij van jou!’

Jezus wordt hier bevestigd in zijn identiteit. Hij is Gods grote liefde. Met die woorden in Zijn achterhoofd gaat Hij van start. En alles wat hij doet, ligt in het verlengde van die woorden. Wie hij is bepaalt wat hij doet, en niet andersom: zijn identiteit wordt niet bepaald door Zijn daden. Deze duidelijke bevestiging van Zijn identiteit was geen overbodige luxe, want direct nadat Jezus de stem van Zijn Vader heeft gehoord, begint er een andere stem te klinken. Jezus wordt de woestijn in geleid, waar Hij wordt uitgedaagd zich te bewijzen en waar Hij wordt verleid zijn populariteit en invloed te verdienen door bepaalde dingen te doen. De identiteit die Hij zojuist ontvangen heeft, wordt getoetst. Satan zegt tegen hem: ‘Als je de Zoon van God bent, bewijs het dan maar eens door wat je doet. Verander die stenen maar in brood. Of spring naar beneden, dan zul je door iedereen bewonderd worden! Dat geeft je waarde, dan bén je iemand. Als je voor mij neerknielt, geef ik je zelfs alle macht in de wereld.’zie Mat. 4:3-9)

Net als Jezus krijgen ook wij te maken met stemmen die ons willen misleiden. Meningen van anderen of overtuigingen in onszelf, die proberen onze identiteit als kind van God de Vader ter discussie te stellen.
[…]
Misschien beoordelen anderen je als waardeloos, maar in Zijn handen ben je bijzonder waardevol geworden! Je bent een parel in zijn hand. Je mag leven als Zijn geliefde kind, als een troetelkind in Vaders armen. Aanvaard dit en laat dit het allerbelangrijkste in je leven worden. Jouw identiteit rust in de oneindige tederheid van God die in Jezus Christus werd geopenbaard. Je waarde is niet afhankelijk van de vraag of je de wispelturige goedkeuring van mensen weet te verdienen. Wanneer je identiteit geworteld is in Gods liefde, zul je je eigenwaarde nooit meer ophangen aan iets buiten jezelf.