Als Jezus op een dag naar Jeruzalem reist, wordt Hij onderweg door enkele Farizeeën gewaarschuwd voor koning Herodus. Ze zeggen: ‘Vertrek, ga weg van hier, want Herodus wil u doden’ (Lucas 13:31). De Farizeeën kennende zal deze waarschuwing geen vrienden- dienst geweest zijn. Het is aannemelijker dat zij er zelf belang bij hadden en Jezus graag wilden weerhouden om naar Jeruzalem te gaan. Ze wilden niet dat Hij zijn, in hun ogen verderfelijke, leer van genade in hun stad Jeruzalem zou verspreiden. Maar Jezus laat zich door niets en niemand tegenhouden en reist gewoon verder. Bij het naderen van de stad raakt Jezus bewogen om Jeruzalem. Hij zegt: ‘Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt.’ God wil voor de inwoners van Jeruzalem zorgen. Hij houdt van hen. Zoals een moeder haar kinderen dichtbij zich wil hebben en wil beschermen, zo wil God er ook voor Jeruzalem zijn. Jezus spreekt hier over de moederlijke kant van God.

In de Bijbel komen we veel namen en omschrijvingen van God tegen, die steeds een ander licht werpen op wie Hij is. Elk van deze namen laat een bijzonder aspect van God zien. Ik heb begrepen dat er rond de 270 namen in de Bijbel voorkomen die God beschrijven. Eén daarvan is de naam El Shaddaï. De eerste keer dat deze naam gebruikt wordt is in Genesis 17:1. God verschijnt aan Abraham en zegt tegen hem: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende.’

zwangerschapsbegeleiding-21De naam El Shaddaï komt nog 48 keer voor in de Bijbel en is het meervoud van ‘shad’ en dat betekent ‘moederborst’. We komen dat woord bijvoorbeeld tegen in Jesaja 66:11: ‘Aan haar vertroostende moederborst zullen jullie drinken en verzadigd worden, haar rijke, volle borsten zullen je zogen.’ En ook bij de zegen die over Jozef wordt uitgesproken: ‘Hij moge je zegenen met zegeningen (…) van borsten en moederschoot’ (Genesis 49:25).

 

Letterlijk betekent de naam ‘El Shaddaï’ dus eigenlijk ‘de God van de borsten’. Begrijpelijk dat zo’n omschrijving van God wel wat verwarring kan geven, vooral bij rationeel ingestelde mensen, omdat ze zoiets onmogelijk een plek kunnen geven in hun theologie. Maar vanuit het besef dat God niet alleen een vaderlijke, maar ook een moederlijke kant heeft, wordt duidelijk hoe mooi en symbolisch deze naam is om het moederhart van God te omschrijven. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, heeft men het woord Shaddaï vertaald met ‘ikanos’, en dat betekent: ‘volledig toereikend’. Zoals de moederborst volledig toereikend is voor de zuigeling, zo is God ook volledig toereikend voor ons. De moederborst biedt het kind intimiteit, warmte, tederheid, voeding en veiligheid. El Shaddaï biedt ons dit ook allemaal aan. We mogen in zijn armen liggen, veilig aan zijn ‘moederborst’. Hij heeft een groot, ruim hart waarin héél veel plaats is voor héél veel mensen.