‘Terwijl we thuis gezellig zaten te praten, vroeg mijn zoon David: ‘Papa, wil je mij zegenen?’ Dat overviel me. ‘Natuurlijk, jongen… ik zegen je.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, papa, ik bedoel dat je me echt zegent.’ David stond rustig op, knielde aan mijn voeten neer en keek naar me op. ‘Alstublieft, papa, ik wil jouw zegen ontvangen.’ Toen boog hij zijn hoofd. Ik heb me nooit méér vereerd gevoeld. Diep ontroerd legde ik mijn handen op zijn schouders en vanuit het diepst van mijn hart zegende ik hem. Ik bleef zegenen tot ik niet meer kon.
Zonder een woord te zeggen stond David op en liep terug naar zijn stoel. Terwijl hij ging zitten, hoorde ik de fluistering van de Heer: ‘Nu weet je hoe Ik me voel, als jij naar Mij toe komt, voor mijn troon knielt en Mij vraagt jou te zegenen!’
Waarom zouden we zo’n Vader moedwillig de eer onthouden die Hij ontvangt als wij Hem om iets vragen? Of de vreugde die Hij beleeft aan het verhoren van onze gebeden? Laat voortaan geen dag voorbijgaan zonder dat u naar Hem opkijkt en zegt: ‘O God, wilt U mij alstublieft overvloedig zegenen?’ (uit: ‘God wil ons overvloedig zegenen’ van Bruce Wilkinson)

Wat is zegen eigenlijk precies? Als we tegen iemand zeggen: ‘De Heer zegene je’, wat bedoelen we daar dan mee?

Het woord zegen, in het Hebreeuws Barak, heeft een enorme rijke en brede betekenis:
Alle goede dingen die God voor mensen doet of aan hen geeft, rechtstreeks of via mensen.
We kunnen dan denken aan alle mogelijke geestelijke zegeningen maar ook aan aardse zegeningen. In de zegen van God zit alles wat wij nodig hebben. In zegen zit de belofte van succes, voorspoed, vruchtbaarheid, maar ook lichamelijke genezing, innerlijke genezing, bevrijding, financiële voorziening, gezonde huwelijken, gezonde gezinnen, kracht in moeilijke tijden, troost in tijden van verdriet, hulp in tijden van problemen, hoop in hopeloze situaties, een weg door de woestijn.

We zien dat die zegen in Deuteronomium 28 nader omschreven wordt:

‘Gezegend bent u in de stad, gezegend bent u op het land. Gezegend is de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw grond en de vrucht van uw vee… Gezegend is uw korf en uw trog. Gezegend bent u bij u komen, gezegend bij uw gaan… De Heer zal de vijanden die zich tegen u verheffen voor u op de vlucht drijven… De Heer zal zegen laten komen in uw schuren en bij al uw ondernemingen. De Heer uw God zal u zegenen in het land dat Hij u schenkt… Alle volken op de aarde zullen zien dat de naam van de Heer over u is uitgeroepen… De Heer zal de rijke schatkamer van de hemel voor u openen om uw land op tijd regen te geven en al uw ondernemingen te zegenen, zodat u aan veel volken kunt lenen, maar zelf niet hoeft te lenen. Tot kop zal de HEER u maken en niet tot staart. U zult omhoog gaan en nooit omlaag, als u tenminste gehoorzaamt aan de geboden van de Heer uw God…’ Deuteronomium 28:3-13 Willibrord-vertaling

God wil dus het goede voor ons. Hij wil ons alles geven wat we nodig hebben. Hij wil dat we in alle opzichten vrucht dragen en hij heeft er zo’n plezier in om ons te zegenen!