Mozes was op een dag nietsvermoedend bezig met het de dagelijkse routine van het hoeden van een kudde schapen. Opeens ziet hij een brandende braamstruik. Nou was dat niet echt heel bijzonder. Dat was een verschijnsel wat best wel veel voorkwam in de hete woestijn. Maar deze keer is het anders. De braamstruik verteert niet. Dat heeft Mozes nog nooit gezien. Hij loopt naar de braamstruik toe om dat eens nader te bekijken. En dan gebeurd er iets dat hij zijn leven lang niet zal vergeten. Vanuit die braamstruik klinkt een stem die zegt: Mozes! Mozes!
Mozes schrikt hevig en hij bedekt zijn gezicht, omdat hij niet meer durft te kijken.

Vervolgens vertelt God aan Mozes dat Hij hem heeft uitgekozen om het volk Israël uit slavernij te bevrijden. Mozes komt dan met allerlei bezwaren aan zetten, om God duidelijk te maken dat hij niet de juiste man voor deze taak is. Hij zegt dat hij onbekwaam is, dat het volk hem nooit zal geloven en dat hij niet kan spreken.

Het eerste wat Mozes zegt is: ‘Wie ben ik?’
Daar gaat God vervolgens helemaal niet op in. God probeert niet het zelfbeeld van Mozes op te pompen. Hij bemoedigd hem niet door te zeggen ‘Je moet niet zo slecht over jezelf denken.’ of Je hebt toch een goede opleiding achter de rug in Egypte.’ Nee, God haalt alle aandacht naar Zichzelf toe. God zegt ‘Ik zal bij je zijn.’ Hij maakt Mozes duidelijk dat het niet om hem gaat, maar om God. Het gaat niet om Mozes, maar om God.

Maar Mozes is niet tevreden met dat antwoord. Hij wil weten wie die God dan wel is die met hem is. Hij zegt: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: ‘Wat is de naam van die God?’ Wat moet ik dan zeggen?’ (Exodus 3:13)

En dan zegt God wat Mozes moet zeggen. God vertelt Mozes zijn naam. God openbaart zich aan Mozes met die geweldige naam ‘Jahweh’. Dat woord is eigenlijk niet te vertalen. Het betekent zoveel als: ‘Ik ben die Ik ben’ of ‘Ik zal zijn die Ik zal zijn.’ De NBV zegt: ‘ Ik ben die er zijn zal.’ Jahweh is de naam waarmee God zijn eeuwige kracht en onveranderlijke natuur beschrijft. Jahweh is alomtegenwoordig, alwetend en almachtig. Jahweh is de schepper van hemel en aarde.

Gods schepping is ontzagwekkend! Als we naar de omvang van het heelal kijken, dan duizelt het ons. De afstand van de aarde naar de zon is 148 miljoen km. Hoe ver is dat? Als wij vandaag in een Boeing 747 zouden stappen voor een lekkere zomervakantie op de zon, dan zouden we daar 21 jaar over doen.
Nou is de zon de dichtstbijzijnde ster. Weet je hoever de volgende ster van de aarde verwijderd is? De dichtstbijzijnde ster, na de zon, is Proxima Centauri en die staat op 40 biljoen km (dat is 12 nullen) van de aarde. Wat moet je je daarbij voorstellen? Laten we nu eens een vakantie plannen naar een leuk tropisch eilandje in de buurt van het zonnige Proxima Centauri. We stappen in de Boeing. Onze reisduur zal dan zijn: 5,6 miljoen jaar.
Ik spreek nu alleen nog maar over ons melkwegstelsel. Een melkwegstelsel is een verzameling van biljoenen sterren. En wetenschappers veronderstellen dat er biljoenen melkwegstelsels zijn! Dat is toch niet te bevatten! Dat is zo ongelofelijk groots. En dan zegt Jesaja dat God de omvang van het heelal ‘mat met een span’. (Een span is de afstand tussen je duim en pink!)
Jahweh is zo is zo onmetelijk groot! Hij is ontzagwekkend!

God is ook ontzagwekkend in het kleine. Kijk maar eens naar jezelf, hoe kunstig jij bent geschapen. Dat is echt wonderbaarlijk. Neem bijvoorbeeld je hart. Dat pompt in uw hele leven genoeg bloed rond om één lange rij tankauto’s te vullen van Amsterdam tot Berlijn, en al dat bloed samen legt een afstand af van 300 miljoen kilometer.

Een nog groter voorbeeld van Gods wonderbaarlijke vakmanschap zijn onze hersenen. Dat is misschien wel het meest verbijsterende en verbazingwekkend voorbeeld van Gods vakmanschap. Ik las hierover het volgende:
‘Het menselijk brein wordt geroemd vanwege de overweldigende complexiteit en verwerkingsmogelijkheid. De honderd miljard neuronen en honderd triljoen synaptische verbindingen kunnen binnen enkele milliseconden grote hoeveelheden informatie verwerken en uitwisselen via een netwerk in het hersenweefsel. Door deze mogelijkheid om veel informatie tegelijk te verwerken, kunnen wij complexe beelden in één tiende van een seconde analyseren, waardoor we de schoonheid van de wereld visueel kunnen ervaren.’ (Uit: Niemand is als God van Andrew Wilson)

Deze ontzagwekkende God openbaarde zich aan Mozes en zei: ‘Ik zal bij je zijn.’

Deze ontzagwekkend God is ook jouw God! Hij zegt vandaag tegen jou: ‘Ik zal met je zijn.’