87547_thumb_612x408De afgelopen jaren zijn er veel boeken verschenen die gericht zijn op het vinden van je talenten, gaven en bestemming. De bekendste zijn: ‘De Droomgever’ van Bruce Wilkinson; ‘Durf te Dromen’ van Mattheus van der Steen, ‘Kan jouw droom werkelijkheid worden?’ van John Maxwell; ‘Als een vis in het water’ van Max Lucado; ‘Ontdek je door God gegeven gaven’ van Don en Katie Fortune; ‘One-2-be’ van Paul Donders en ‘Droom in uitvoering’ van mijzelf.
Ik geloof dat het belangrijk is dat je ontdekt wat je gaven en talenten zijn en wat Gods unieke bestemming voor je leven is. Ik geloof ook dat je er alles aan moet doen om in die uiteindelijke bestemming te komen. Maar ik zie ook een gevaar. We kunnen zo gefixeerd raken op onze dromen dat we de Gever van onze dromen uit het oog verliezen. Uiteindelijk gaat het om de Droomgever en niet om de dromen zelf. We zijn in de eerste plaats geroepen om God na te jagen en niet onze dromen.

Ik wil daarom iets citeren uit het boek ‘Derek Prince – De biografie’ van Stephen Mansfield. Het is een weergave van een gesprek tussen Derek en Stephen.

S: ‘Ik begrijp het echt niet.’

D: ‘Ik weet dat je het niet begrijpt, jij bent van een andere generatie.’

S: ‘Je bedoelt dus echt dat je geen passie had die je dreef, geen droom voor de toekomst?’

D: ‘Ik had wel een passie, maar dat was het dienen van de Heer. Zie je, we dachten anders in die tijd. We wilden de Heer kennen en leven naar zijn weg. We geloofden dat de toekomst zich zou ontvouwen langs een weg van gehoorzaamheid van moment-tot-moment.’

S: ‘Dus je had geen ambitie, geen vurige zoektocht naar je bestemming?’

D: ‘Ik kan je in alle oprechtheid vertellen dat elke ambitie mij vreemd was. Daarmee bedoel ik niet dat ik geen hoopvolle verwachtingen had of geestelijke passie. Ik had eenvoudigweg geen ambitie. Wat die bestemming betreft, ik denk dat dat woord vandaag vaak gebruikt wordt als een onbewuste dekmantel voor het bouwen van een koninkrijkje of zucht naar macht.’

S: ‘Maar geloof je dan niet dat mensen gemaakt zijn voor een doel?’

D: ‘Jawel, maar het doel is het kennen van de Heer. De betekenis van het leven is relatie. De toekomst komt vanzelf door het najagen van Hem, niet het najagen van de toekomst.’

S; ‘Je weet dat het idee van bestemming en van beloofde toekomst vandaag de dag heel erg populair is in christelijke kringen?’

D; ‘Ik weet het. Ik herinner me een groot christelijk tijdschrift waarin ik advertenties las van dynamische mannen en profetische conferenties en seminars waarin je je bestemming kon leren kennen. Het kwam op mij over als een soort prostitutie – een soort schijnwerkelijkheid die te koop werd aangeboden. Toen ik het blad gelezen had en weggelegd, had ik behoefte aan een frisse douche.’

S: ‘In jouw dagen was dat dus anders…’

D; ‘Nou, laat ik het zo zeggen: totdat ik naar Londen kwam, had ik eigenlijk nauwelijks contact met de georganiseerde Kerk. Maar dit kan ik zeggen: de hoop die brandde in mijn hart was om de Heer te kennen en zijn wil te doen. Het was aan Hem, zo geloofde ik, om door mijn gehoorzaamheid de toekomst vorm te geven.’ (Derek Prince – De biografie blz. 187)